Dicht van de dag

De beul

Wie is de Meester, wie de slaaf van beiden,
Wie nadert eerst de grens van zijn taboe,
Wie daagt de ander uit en wie slaat toe,
De pijnzucht van de hartstocht te verleiden?

Wie slaagt erin het branden te bevruchten,
Wie raakt het lijf gekneveld en gehard,
Wie teistert met zijn tengels en wie tart
Met traliën de zenuwen die zuchten? –

Door meest gehaat en meest geliefd gevang,
Door wrok in wonden als het zout geprezen,
Door martelwerktuig waaraan is gehesen -
Verlangen naar de donk're ondergang;

De teugels aangespannen – Laat maar gaan! –
De vaart erin; hij draaft daar naar de maan.


Uit onuitgegeven werk