Poëtisch Europa

Poëtisch Europa

Marcellinus van der Eng

vertalingen en toonzettingen
van Europese dichtwerken door de eeuwen heen
European poetry through the ages — in translation and song 




George Gordon Byron (1788–1824)
The Prison – een selectie uit The Prisoner of Chillon (1816)



The Prison

My hair is grey, but not with years,
Nor grew it white. In a single night,
As men's have grown from sudden fears:
My limbs are bow'd, though not with toil,
But rusted with a vile repose,
For they have been a dungeon's spoil,
And mine has been the fate of those
To whom the goodly earth and air
Are bann'd, and barr'd—forbidden fare;


And in each pillar there is a ring,
And in each ring there is a chain;
That iron is a cankering thing,
For in these limbs its teeth remain,

For all was blank, and bleak, and grey;
It was not night—it was not day;
It was not even the dungeon-light,
So hateful to my heavy sight,

And in each pillar there is a ring,
And in each ring there is a chain;
That iron is a cankering thing,
For in these limbs its teeth remain,

For years—I cannot count them o'er,
I lost their long and heavy score
When my last brother droop'd and died,
And I lay living by his side.

Blind, boundless, mute, motionless …



Het Gevang


Mijn haar is grijs, niet door de tijd,
Noch werd het wit in enk'le nacht,
Zoals van schrik door angstigheid;
Mijn lijf is krom, niet van het werk,
Maar van verachtelijke rust,
't Werd door gevang tot prooi te sterk
Door 't zelfde noodlot uitgeblust
Voor wie het rijk van aard en lucht
Verbannen is — verboden zucht;

In elke zuil daar is een ring,
In elke ring daar is een slot;
Die ketting is een woek'rend ding,
Het vreet mijn lijf erdoor kapot.

Alles was leeg, en grijs, en naar;
Het was niet nacht — het was niet dag;
Zelfs het gevang was niet zo zwaar,
Zo haat'lijk was het wat ik zag.

In elke zuil daar is een ring,
In elke ring daar is een slot;
Die ketting is een woek'rend ding,
Het vreet mijn lijf erdoor kapot.
 
De tel van jaren kwijtgeraakt,
Het loden tal, het lange tij,
Toen 't sterven mijn broer had genaakt
En levend lag ik aan zijn zij.

Blind, roerloos, stom, grenzenloos ...



Vertaling © Marcellinus van der Eng, 09-05-2026 


Jorge Manrique (ca. 1440–1479)
Een selectie uit: Coplas por la muerte de su padre (ca. 1478) 


Coplas por la Muerte

I

Recuerde el alma dormida,
avive el seso e despierte
contemplando
cómo se passa la vida,
cómo se viene la muerte
tan callando;
cuán presto se va el plazer,
cómo, después de acordado,
da dolor;
cómo, a nuestro parescer,
cualquiere tiempo passado
fue mejor.

XXXIX

"Tú que, por nuestra maldad,
tomaste forma servil
e baxo nombre;
tú, que a tu divinidad
juntaste cosa tan vil
como es el hombre; …"

II

Pues si vemos lo presente
cómo en un punto s'es ido
e acabado,
si juzgamos sabiamente,
daremos lo non venido
por passado.
Non se engañe nadi, no,
pensando que ha de durar
lo que espera
más que duró lo que vio,
pues que todo ha de passar
por tal manera.

XXXIX

"Tú que, por nuestra maldad,
tomaste forma servil
e baxo nombre;
tú, que a tu divinidad
juntaste cosa tan vil
como es el hombre; …"

I

Recuerde el alma dormida,
avive el seso e despierte
contemplando
cómo se passa la vida,
cómo se viene la muerte
tan callando; ...



Verzen bij de dood

I

Wordt wakker, de ziel ligt te dromen,
gebruik 't verstand om overtuigend
te verklaren
hoe 't leven gaat overkomen,
hoe dan de dood het neerbuigend
komt bedaren;
hoe snel het plezier overgaat,
hoe daarvan, na enigheden,
pijn overblijft;
hoe het ons toeschijnt, vroeg of laat,
dat willekeurig verleden
beter beklijft.

XXXIX

"Jij nam, voor al onze nijd,
onderdanigheid aan
en laagste naam;
jij nam jouw goddelijkheid
mee in een vuil voortbestaan
van een menselijk lichaam…"

II

Als je goed kijkt naar het heden
hoe 't tot een punt is gekomen
en verdwenen,
zie jezelf met eigen rede,
de tijd ons nog niet ontnomen
is al henen.
Ied'reen weet heel goed dat de dag,
niet later dan hij had gehoopt
zal verrijzen
en niet langer dan hij al zag,
alles loopt zoals het toch loopt
op g'lijke wijze.

XXXIX

"Jij nam, voor al onze nijd,
onderdanigheid aan
en laagste naam;
jij nam jouw goddelijkheid
mee in een vuil voortbestaan
van een menselijk lichaam…"

I

Wordt wakker, de ziel ligt te dromen,
Gebruik 't verstand om overtuigend
Te verklaren
Hoe 't leven gaat overkomen,
Hoe dan de dood het neerbuigend
Komt bedaren; .


Vertaling © Marcellinus van der Eng, april 2026




Heinrich Heine (1797–1856)
Harz – proloog van Die Harzreise (1824) 

Auf die Berge will ich steigen

Schwarze Röcke, seidne Strümpfe
Weiße, höfliche Manschetten,
Sanfte Reden, Embrassieren –
Ach, wenn sie nur Herzen hätten!

Herzen in der Brust, und Liebe,
Warme Liebe in dem Herzen –
Ach, mich tötet ihr Gesinge
Von erlognen Liebesschmerzen.

Auf die Berge will ich steigen,
Wo die frommen Hütten stehen,
Wo die Brust sich frei erschließet,
Und die freien Lüfte wehen.

Auf die Berge will ich steigen,
Wo die dunkeln Tannen ragen,
Bäche rauschen, Vögel singen,
Und die stolzen Wolken jagen.

Lebet wohl, ihr glatten Säle!
Glatte Herren, glatte Frauen!
Auf die Berge will ich steigen,
Lachend auf Euch niederschauen. 


cover © J.N.H. Van Der Eng  


'k Zal de bergen gaan beklimmen

Zwarte rokken, zijden kousen,
Witte keurige manchetten,
Zachte woorden, die verleiden –
Ach, geen hart, slechts etiquette!

Harten in hun lijf, en liefde,
Warme liefde in hun harten –
Ik kom om van hun gezangen
Over liefde die hen tartte.

'k Zal de bergen gaan beklimmen,
Waar de hutten hutten bleven,
Waar gemoed zich kan bevrijden,
En de vrije luchten zweven.

'k Zal de bergen gaan beklimmen,
Waar de donk're dennen grazen,
Beken stromen, vogels zingen
En de trotse wolken razen.

't Gaat u goed, u gladde zalen!
Gladde heren, gladde vrouwen!
'k Zal de bergen gaan beklimmen,
Lachend u te overschouwen. 



Vertaling © Marcellinus van der Eng, 02-05-2026



Charles Baudelaire (1821–1867)
Spleen IV (1857) 


Spleen IV

Quand le ciel bas et lourd pèse comme un couvercle
Sur l'esprit gémissant en proie aux longs ennuis,
Et que de l'horizon embrassant tout le cercle
II nous verse un jour noir plus triste que les nuits;

Quand la terre est changée en un cachot humide,
Où l'Espérance, comme une chauve-souris,
S'en va battant les murs de son aile timide
Et se cognant la tête à des plafonds pourris;

Quand la pluie étalant ses immenses traînées
D'une vaste prison imite les barreaux,
Et qu'un peuple muet d'infâmes araignées
Vient tendre ses filets au fond de nos cerveaux,

Des cloches tout à coup sautent avec furie
Et lancent vers le ciel un affreux hurlement,
Ainsi que des esprits errants et sans patrie
Qui se mettent à geindre opiniâtrement.

— Et de longs corbillards, sans tambours ni musique,
Défilent lentement dans mon âme; l'Espoir,
Vaincu, pleure, et l'Angoisse atroce, despotique,
Sur mon crâne incliné plante son drapeau noir.



Spleen IV

Als de lucht laag en zwaar drukkend ligt als een deken
Op de zuchtende ziel aan verveling verpacht,
En als de horizon zijn gebied heeft bestreken
Dan ontwaart ons een dag triester nog dan de nacht;

Als de aarde een vochtig gevang is geworden,
Waar de Hoop als een vleermuis bevliegt en betast;
Het poreuze plafond dat haar kop al doorboorde
En het muursteen dat haar tere vleugels bekrast

Als de regen oneindig zijn stromen vertoont,
Imiterend de traliën lang van hun lijn
Als een stom spinnenvolk door verachting gehoond
Zijn netten komt webben in de put van ons brein,

Springen klokken opeens vol van woede uiteen
En werpen in de lucht een afgrijselijk gekrijs,
Zoals dwalende geesten vervreemd en alleen
Luid beginnen te kermen op hardnekkige wijs,

— Lange lijkwagens zonder muziek, tamboerijnen
Gaan als langzame stoet door mijn ziel rond; de Hoop,
Vertrapt, huilt, en de gruwelijke Doodsangst houdt schrijnend,
Met het zwart van zijn vaandel mijn schedel ten doop.



Vertaling © Marcellinus van der Eng, 1980/2026


Konstantin Bal'mont (Russisch: Константин Бальмонт, 1867–1942) 
ДождьRegen (1903) 



Дождь


В углу шуршали мыши,
Весь дом застыл во сне.
Шел дождь, и капли с крыши
Стекали по стене.

Шел дождь, ленивый, вялый,
И маятник стучал.
И я душой усталой
Себя не различал.

Я слился с этой сонной
Тяжелой тишиной.
Забытый, обделенный,
Я весь был тьмой ночной.

А бодрый, как могильщик,
Во мне тревожа мрак,
В стене жучок-точильщик
Твердил: «Тик-так. Тик-так».

Равняя звуки точкам,
Началу всех начал,
Он тонким молоточком
Стучал, стучал, стучал.

И атомы напева,
Сплетаясь в тишине,
Спокойно и без гнева
«Умри» твердили мне.

И мертвый, бездыханный,
Как труп задутых свеч,
Я слушал в скорби странной
Вещательную речь.

И тише кто-то, тише,
Шептался обо мне
И капли с темной крыши
Стекали по стене.



Konstantin Bal'mont


Regen


Geritsel van wat muizen,
Verstilde in een droom.
Het regende langs huizen
In druppels tot een stroom.

Het regende vertragend,
Het tikken van het uur.
Mijn geest ging vaag verdragend
Versuft dwars door de muur.

Ik drong de stilte binnen
Die zwaar was als de nacht.
Aan mij werd, buiten zinnen,
Het duister toegebracht

En sterk, als gravengraver
Die muur en rust doorbrak,
Voltrok een kever braver
Herhaald: 'Tiktak, tiktak'.

Getik en klanken bonden,
't Begin van het begin.
Hij klopte opgewonden
Erin, erin, erin.

Atomen van gezangen,
Stil strengelend ineen,
Herhaalden met verlangen:
'Kom om' zacht door me heen.

En ademloos, als dode,
Door uitgedoofde vlam,
Zag ik dat ongenode
voorspelling tot me kwam.

En zachter almaar zachter
Sprak iemand in mijn droom
Het regende verdachter
In druppels tot een stroom.


Vertaling © Marcellinus van der Eng, 2023 

cover © J.N.H. Van Der Eng  


Francesco Petrarca (1304–1374)
Solo et pensosoAlleen en denkend (Sonnet XXXV, c. 1340) 


Solo et pensoso

Solo et pensoso i più deserti campi
vo mesurando a passi tardi et lenti,
et gli occhi porto per fuggire intenti
ove vestigio human l'arena stampi.

Altro schermo non trovo che mi scampi
dal manifesto accorger de le genti,
perché negli atti d'alegrezza spenti
di fuor si legge com'io dentro avampi:

sì ch'io mi credo omai che monti et piagge
et fiumi et selve sappian di che tempre
sia la mia vita, ch'è celata altrui.

Ma pur sì aspre vie né sì selvagge
cercar non so ch'Amor non venga sempre
ragionando con meco, et io co·llui.


Alleen en denkend


Alleen en denkend door verlaten streken
loop ik met afgetelde, trage stappen,
mijn ogen laat ik op hun vlucht ontsnappen
aan mensensporen die het zand doorbreken.

Geen ander scherm dat mij redt kan me weren
tegen het wakend oog van al die mensen;
want uitgedoofde vreugd laat zonder grenzen
van buiten zien hoe branden mij verteren:

zozeer, dat ik denk dat rivier en bergen
en bos en heuvels weten van mijn leven
het wezen dat geen ander kan betreden.

Maar toch vind ik geen wegen die zó tergen
dat Liefde zich daarlangs niet zal begeven
Pratend met mij – en ik met hem – met rede.



Vertaling © Marcellinus van der Eng, 14-05-2026



Konstantinos Kaváfis (1863–1933)
ΦωνέςStemmen (1904) 




Φωνές


Ιδανικές φωνές κι αγαπημένες
εκείνων που πεθάναν, ή εκείνων που είναι
για μας χαμένοι σαν τους πεθαμένους.

Κάποτε μες στα όνειρά μας ομιλούνε
κάποτε μες στην σκέψι τες ακούει το μυαλό.

Και με τον ήχο των για μια στιγμή επιστρέφουν
ήχοι από την πρώτη ποίησι της ζωής μας —
σα μουσική, την νύχτα, μακρινή, που σβήνει.



Stemmen 


Onwees'lijke stemmen en ook geliefde
van hen die gestorven zijn, of van degene
die voor ons als doden zijn verloren gegaan..

Soms spreken ze ons aan in onze dromen,
soms hoort ons verstand hen in gedachten aan.

En met hun klank keren voor een moment terug.
klanken der eerste poëzie van het leven van ons –
Zoals muziek, bij nacht, ver in de verte, die vervaagt.



Vertaling © Marcellinus van der Eng, 24-05-2026


Maria Pawlikowska-Jasnorzewska (1891–1945)
Życie jest tak gwałtowne!'t Leven is zo onstuimig! (1924)


Życie 


Życie jest tak gwałtowne! Przerywa, nie słucha,
napada, krzyczy, tupie, męczy, zmienia maskę,
że aż sen ma gorączkę śpiąc w różowych puchach,
i bladym skrzydłem mocno bije o posadzkę.

Potrzeba tylko słowa, tylko gestu, listu,
by się złote pierścienie wygięły, skręciły,
by spłonęły tęsknoty, jak suknie z batystu,
i pękło serce z wielkiej słabości i siły.




't Leven

't leven is zo onstuimig! 't Onderbreekt, het bedisselt,
het krijst, kwelt, stampt en valt aan als het van masker wisselt,
zelfs een droom krijgt er koorts van, slapend op roze veren,
en slaat met bleke vleugels op de grond zich te weren.

Slechts één woord is er nodig, een brief, of een teken,
om ringen van goud goed te doen buigen en breken,
om als batisten jurken verlangens te laten vlammen,
en grote zwakte en kracht het hart doen overmannen.




Vertaling © Marcellinus van der Eng, 05-06-2026 



Eino Leino (1878-1926)
Harha – Zinsbedrog – (1924)


Harha

Tuli hän kuin taivaan aurinko,
kuin kuutamo, kuin kohtalo,
ja silmää kaksi kysyivät,
mut kylminä, pyhinä pysyivät.

Ne silmät katsoi sieluhun
kuin kuiluhun, kuin nieluhun,
lie nähneet ne pahaa paljonkin,
kun nähnyt niitä en sittemmin.

Tai ollut hän taivaan harha lie?
Mun hukkui tie. Hänen minne vie,
kun on kuin ohjas hän polulta pois
ja ois mun luonani eikä ois? 




Zinsbedrog

Het kwam als hemelse zon te staan,
als het lot, als het licht van de maan,
twee ogen die vroegen, keken naar mij,
ijskoud en heilig het staren voorbij.

Die ogen hadden mijn ziel geheel
doorzien als door kuil en als door keel,
ze hebben zeker het kwaad gezien,
want nooit zag ik ze komen nadien.

Of was het hemelse zinsbedrog?
Mijn weg is weg. En waarheen nu toch,
het is of het mij eraf heeft geleid,
is het bij mij en ver van nabijheid?



Vertaling © Marcellinus van der Eng, 14-06-2026



Jevgen Ploezjnik (Oekraïens: Євген Плужник, 1898–1936)
Ніч... – Nacht... – 1933 



Ніч...
 
Ніч... а човен — як срібний птах!..
(Що слова, коли серце повне!)
...Не спіши, не лети по сяйних світах,
Мій малий ненадійний човне!
І над нами, й під нами горять світи...
І внизу, і вгорі глибини...
О, який же прекрасний ти,
Світе єдиний!




Nacht...

Nacht… als vogel van zilver – mijn boot!..
(Als 't hart vol is, wat helpen woorden!)
…Vlieg niet door het licht van werelden groot.
Mijn boot is klein en broos aan het worden!
En bov'n en onder ons branden werelden vrij…
En omlaag, en omhoog de ravijnen…
O, wat licht en mooi ben jij,
Wereld, de mijne!



Vertaling © Marcellinus van der Eng, 19-06-2026


Original-language companion to the Poëtisch Europa project. European poems through the ages, sung and spoken by Marcellinus van der Eng.